INTERVIEW: OUDERENHUISVESTING NIEUWE STIJL

‘Samen zelfstandig’

Corporaties moeten vaker een rol spelen in het ontwikkelen van nieuwe collectieve woonvormen voor ouderen, vinden Stadgenoot, Habion en Woonzorg Nederland. Maar wetten, stelsels en regels zitten de sociale sector in de weg om ouderen goed en makkelijk samen zelfstandig te laten wonen.

Lees het artikel

Vergrijzing is in Amsterdam heel lang over het hoofd gezien, zo zegt Marien de Langen, bestuurder van Stadgenoot. “We hebben lange tijd vooral het gebrek aan huisvesting voor jongeren en het vertrek van gezinnen uit de stad belangrijk gevonden, maar ook bij ons wordt vergrijzing steeds meer een kwestie.” Volgens hem is een tragische toestand gaande. “We willen een participatiesamenleving, maar tegelijkertijd is sprake van ernstige vereenzaming. Die twee dingen komen niet bij elkaar.”

Onvoldoende visie
Volgens Cees van Boven, bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland, zien veel gemeenten het probleem nog niet. “Wij maken als landelijke organisatie voor ouderenhuisvesting in de helft van alle Nederlandse gemeenten prestatieafspraken. Hooguit tien of vijftien procent van hen heeft een visie op ouderenhuisvesting.”

Terwijl voor veel ouderen, zo benadrukt Peter Boerenfijn, directeur van Habion, een passende woning niet voorhanden is. “Een oudere bewoner van een portiek-etageflat redt zich prima, totdat hij zijn heup breekt. Daarna ontbreekt het aan een goed antwoord.” Het is, zo vult Van Boven aan, niet alleen een kwestie van het ontbreken aan een comfortabele woning. “Het gaat ook om het ontbreken van de juiste zorgverlening. Vanuit Europees perspectief kent onze ouderenzorg een hoog niveau, maar in de uitvoering gaat het vaak mis. De huishoudelijke hulp is teruggebracht naar twee uur resultaatgerichte zorg. De foto’s van de kinderen en kleinkinderen mogen niet langer op het dressoir staan, want dat houdt de schoonmaak te veel op.”

Autonome mensen
Boerenfijn en Van Boven benadrukken zeker niet terug te willen naar oude tijden.

De Wet op de Bejaardenoorden van eind jaren vijftig van de vorige eeuw zorgde voor hospitaliserende rustoorden waar iedereen op precies dezelfde manier werd behandeld. De samenleving kan gezien de ‘tsunami aan ouderen’ de hoge kosten van die klassieke verzorgingshuizen ook niet meer dragen. “Maar de gedachte dat al die ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen is een beleidsdenkfout,” aldus Van Boven. De Langen is het daar mee eens. “Langer thuis wonen is een doctrinefout, maar het uitgangspunt autonome mensen privacy te bieden en zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen deugt wel. Community-vorming met gelijkgestemden kan vervolgens behulpzaam zijn om voldoende zingeving te creëren.”

Het realiseren van nieuwe collectieven mag zich volgens De Langen niet beperken tot de koopsector of de beleggerswereld.

CEES VAN BOVEN
‘Nieuwe arrangementen voor wonen, zorg, welzijn en dienstverlening’

MARIEN DE LANGEN
‘Als gelijkgestemden bij elkaar worden gebracht, dan komen ze in hun kracht’

PETER BOERENFIJN
‘Mensen willen comfortabel wonen en op aangename wijze door leven’

Ook corporaties moeten dat soort verbanden bevorderen. Dat past, zo zegt Boerenfijn, ook goed bij wat nodig is. “Wij vragen ouderen al langere tijd wat ze zelf graag willen. De antwoorden wijzen telkens in dezelfde richting: mensen willen comfortabel wonen en op een aangename manier, zonder hospitalisering door leven. Een oudere van ver in de negentig begrijpt daarbij echt wel dat zich beperkingen aandienen. En ook belangrijk: ze willen tegen het einde van hun leven niet nogmaals verhuizen.”

Wat kunnen woningbouwcorporaties daarbij betekenen? De droom van De Langen is dat ‘ouderen die ergens wonen, makkelijk met elkaar kunnen verklonteren tot nieuwe collectieven’. “Wij zouden moeten regelen dat ouderen die op verschillende plekken in een complex van ons wonen, tamelijk makkelijk zich om elkaar kunnen bekommeren en eenvoudig gezamenlijke activiteiten kunnen ondernemen.”

Nieuwe woonvormen
Van Boven denkt daar niet anders over. “Het gaat erom passende woonvormen te ontwikkelen waarbij nieuwe arrangementen kunnen ontstaan voor wonen, zorg, welzijn en dienstverlening.” Woonzorg Nederland is betrokken bij een groot onderzoek om duidelijk te krijgen welke positieve invloed de introductie van nieuwe woonvormen kan hebben op de ontwikkeling van de zorgkosten. Hij is er van overtuigd dat ‘een onsje meer welzijn kan leiden tot een kilo minder zorgkosten.’ Boerenfijn ziet dat beeld bevestigd in Huis Assendorp in Zwolle. “Mensen hebben aandacht voor elkaar. Ze zoeken elkaar op en zijn elkaar tot steun. En de zorgkosten zijn met dertig procent gedaald.”

Wat zit de vorming van nieuwe collectieven onder de hoede van corporaties in de weg? Boerenfijn wijst allereerst naar de corporatiewereld zelf. “We zitten ons zelf in de weg. Corporaties mijden risico’s. Maar willen wij vooral alle vinkjes binnenhalen? Of willen we kwetsbare ouderen helpen?”

Ook Van Boven vindt dat corporaties wel wat meer uit hun schulp mogen kruipen. “Niemand zal ons verketteren, als we samen met zorgpartijen en gemeente in de ondersteuning van ouderen ook de kant van welzijn op gaan.”

Praktische knelpunten
De Langen wijst op een aantal praktische knelpunten. “Onze wet- en regelgeving is helemaal ingericht op individuele verhuringen. Heel snel ontstaat discussie over bijvoorbeeld de financiering van zo’n gemeenschappelijke ruimte. De Autoriteit Wonen vindt dat geen probleem als zo’n ruimte zich onderin een complex bevindt, maar is die voorziening aan de overkant van de straat dan is dat wel een probleem. Het faciliteren en exploiteren van gemeenschappelijke ruimten moet veel beter worden verankerd.”

Stadgenoot heeft ook ervaren dat de regels rond passend toewijzen in de weg kunnen zitten. “Wij bieden in het Shaffy Huis onderdak aan een groep gelijkgestemde kunstenaars. Een tweetal van hen heeft een wat hoger inkomen en komt niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. Voor hen hebben we een oplossing bedacht in onze niet-DAEB-tak, maar dat geschuif tussen DAEB/niet-DAEB is te bespottelijk voor woorden.” Habion herkent dat beeld. Boerenfijn vindt dat bij ouderen de zorgvraag boven de regels voor passend toewijzen zou moeten gaan. Zijn corporatie heeft het voornemen daarover te gaan procederen tegen het Rijk.

Gemeentelijke regels over woonruimteverdeling kunnen eveneens belemmerend werken, heeft Stadgenoot ondervonden. “Amsterdam is een overdrukgebied. Er zijn lange wachtlijsten voor een sociale huurwoningen. De verdeling van de schaarse woningen moet rechtvaardig verlopen, maar juist bij collectieve woonvormen is het belangrijk dat mensen bij elkaar passen. Als gelijkgestemden bij elkaar zijn, dan worden ze in hun kracht gebracht. En dan kan het zijn dat iemand ’voorpiept’, maar we moeten wel enige flexibiliteit hebben.”

Als het gaat om regelgeving na de scheiding van wonen en zorg, dan loopt de overheid volgens Boerenfijn achterop bij de praktijk. En dat baart hem echt grote zorgen. “Een verzorgingshuis moet over een installatie ter voorkoming van legionella beschikken. Als we vervolgens zo’n gebouw ombouwen naar zelfstandige woonunits, dan moet die installatie worden ontmanteld. Voor de brandmeldinstallatie geldt hetzelfde. Bij zelfstandige woningen is doormelding naar de brandweer niet toegestaan. Maar we hebben het wel over dezelfde kwetsbare mensen.”

Ook de zorgsector weet zich niet altijd raad met de introductie van nieuwe woonvormen, zegt Van Boven. “De zorgsector is een systeem geworden dat werkt als een bedrijf. Regels bepalen welke zorg mag worden geboden. Maak via andere contractvormen zorgorganisaties verantwoordelijk voor zorg en welzijn in een bepaalde buurt, meet de uitkomst en zorg voor voldoende verantwoording, maar stop met al die protocollen; laat zorgverleners simpelweg doen wat het beste is.” Hij heeft de indruk dat zorgkantoren bereid zijn een dergelijke beweging te maken.

Zelfredzame generatie
Boerenfijn verwacht ook dat de komende, meer zelfredzame generatie vaker het heft in eigen hand zal nemen. “Het eigendom van een gebouw ligt dan bij een corporatie, maar het eigenaarschap bij een coöperatie. Vanuit dat eigenaarschap kunnen zij zelf de gewenste diensten organiseren en een passende zorgaanbieder uitzoeken.”

Met het oog op een betere kwaliteit van leven moet makkelijker van regelgeving op het terrein van wonen en zorg kunnen worden afgeweken. De Langen, Boerenfijn en Van Boven zijn daarom voorstander van de introductie van een speciaal label. “Noem het: connect project. Stel ouderen in staat zelf meer de regie te voeren over hun woon- en leefomgeving”, aldus De Langen.

Print Friendly, PDF & Email
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Contact

Bericht

Verstuur